Het AVB is je eerste praktijkexamen voor de motor. Op een afgesloten terrein laat je zien dat je de motor beheerst, langzaam en snel. Vooral de langzame slalom zorgt bij veel leerlingen voor zweethanden. In deze blog lees je welke oefeningen je kunt verwachten, hoe ze gaan en hoe je ze oefent tot ze vanzelf gaan.
Bij het AVB-examen doe je in ongeveer 20 minuten 7 oefeningen op het examenterrein van het CBR. De examinator kijkt of je de motor beheerst bij lage en hoge snelheid en of je goed kunt remmen. Lopen met de motor, de langzame slalom, uitwijken en de noodstop komen er altijd in voor.
Zo gaat het AVB-examen
Het motorexamen voertuigbeheersing duurt in totaal 20 minuten. Eerst maak je kennis met de examinator, die je identiteitsbewijs en je theorie controleert. Daarna rijd je 7 oefeningen op het examenterrein. De examinator kijkt vanaf de zijkant mee. Direct na afloop hoor je of je geslaagd bent.
Geslaagd? Dan ga je verder met de voorbereiding op je tweede examen, het AVD in het verkeer. Breekt de examinator je examen af door gevaarlijk rijgedrag, dan kun je pas na 6 weken herexamen doen.
De vier oefeningen die altijd terugkomen
Lopen met de motor
Je loopt naast de motor en duwt hem, met de motor uit en beide handen aan het stuur, bijvoorbeeld achteruit een vak in. Klinkt simpel, maar een motor weegt al snel meer dan 150 kilo. Het gaat om balans: houd de motor licht naar je toe geleund, dan voel je meteen als hij wil wegvallen.
Langzame slalom
Je rijdt stapvoets tussen pionnen door, zonder je voeten aan de grond te zetten. Het is de oefening waar de meeste leerlingen tegen opzien, en daarom krijgt hij hieronder een eigen uitleg.
Uitwijken
Je rijdt met ongeveer 50 km/u op een denkbeeldig obstakel af en stuurt er op het juiste moment omheen. Remmen tijdens het uitwijken mag niet. Het draait om tegensturen: een korte duw tegen het stuur aan de kant waar je naartoe wilt.
Noodstop
Vanuit ongeveer 50 km/u stop je zo snel mogelijk, met beide remmen, terwijl je de motor recht en onder controle houdt. Gas dicht, koppeling in en doseren: knijpen, niet grijpen.
Alles over de langzame slalom
De langzame slalom is de oefening waar het verschil zit tussen gespannen en ontspannen rijden. Hoe langzamer je gaat, hoe minder stabiel de motor is. Je speelt dus continu met drie dingen tegelijk:
- Slippende koppeling: je rijdt met de koppeling half ingeknepen, zodat de motor rustig trekt zonder te schokken.
- Een beetje gas: houd het toerental net iets hoger dan stationair en constant. Niet steeds gas erbij en eraf.
- Achterrem: een lichte druk op de achterrem maakt de motor stabieler en geeft je controle over de snelheid.
Daarnaast helpen een paar vaste gewoontes:
- Kijk waar je heen wilt: niet naar de pion vlak voor je, maar naar de volgende opening. De motor volgt je blik.
- Knieën tegen de tank: zo stuur je met je lichaam mee en zit je stabiel.
- Ontspannen armen: als je het stuur vastklemt, kan de motor niet vrij sturen.
- Gebruik niet de voorrem: bij lage snelheid laat de voorrem de motor snel naar binnen vallen.
Oefen de langzame slalom eerst zonder pionnen, gewoon zo langzaam mogelijk rechtdoor. Pas als je stapvoets rechtdoor kunt rijden zonder te wiebelen, komen de bochten erbij.
De andere oefeningen die je kunt krijgen
Naast de vaste vier kiest de examinator uit een reeks andere oefeningen. Die zijn er in dezelfde soorten: langzaam rijden, snel rijden en remmen.
- Langzaam: stapvoets rechtdoor rijden, een achtje rijden, een halve draai maken en wegrijden uit een parkeervak.
- Snel: een snelle slalom en een vertragingsoefening, waarbij je afremt en terugschakelt.
- Remmen: een precisiestop op een vast punt en een stopproef.
Welke je precies krijgt, hoor je op de dag zelf. Je oefent ze dus allemaal.
Zo oefen je bij Rijschool Succeed
Bij ons rijd je je eerste lessen op ons eigen oefenterrein, zonder ander verkeer. Daar oefen je precies de onderdelen van het AVB: lopen met de motor, de langzame slalom, uitwijken en remmen. Je herhaalt ze tot je ze zonder nadenken doet. Pas als je de motor goed beheerst, gaan we de weg op. De lesmotor, helm, jas en handschoenen krijg je van ons, en het AVB-examen zit in je motorpakket. Meer over onze aanpak lees je op de pagina motorrijles.
Veelgestelde vragen over het AVB
Hoeveel oefeningen zijn er bij het AVB-examen?
Je doet 7 oefeningen op het examenterrein. Het examen duurt in totaal ongeveer 20 minuten.
Wat is de moeilijkste AVB-oefening?
Voor veel leerlingen is dat de langzame slalom, omdat je stapvoets moet rijden zonder je voeten aan de grond te zetten. Met slippende koppeling, constant gas en een beetje achterrem wordt het een stuk makkelijker.
Moet ik mijn theorie hebben voor het AVB?
Ja, tenzij je al een geldig autorijbewijs of een A1-, A2- of A-rijbewijs hebt. Dan mag je het AVB ook zonder theoriecertificaat doen.
Wat gebeurt er als ik zak voor het AVB?
Dan oefen je verder en doe je herexamen. Breekt de examinator het examen af door gevaarlijk rijgedrag, dan moet je minstens 6 weken wachten.

